|
‘TÚÚRLIJK, LUNGA PUCKAR!’
Eigenlijk was het tripje per bus naar Zweden één grote leugen. De Veendammers, die deze buitenlandse reis van 7 tot en met 10 juni meemaakten, was voortijd verteld dat de Zweden, die twee jaar geleden hier te gast waren, nooit datgene terug konden doen wat de Veendammers voor hen hadden gedaan. Tenminste, dat had de Zweedse organisatie voor vertrek per e-mail laten weten aan de ‘commissie Zweden’. Maar dat bleek zogezegd een leugen van de eerste orde, want het verblijf in Zweden kenmerkte zich door een perfecte organisatie die er voor zorgde dat het de Veendammers aan niets, maar dan ook aan werkelijk niets ontbrak. De Zweedse Kronen wilden de portemonnee dan ook niet uit, wat er ook werd geprobeerd. Niemand wilde een kroon aannemen.
Meer dan gemiddelde stuurmanskunsten
De Veendammer delegatie bestond die druilerige vrijdagochtend 7 juni uit 27 deelnemers, vier dames en 23 heren. Het vertrek per touringcar was gepland om 6.00 uur, maar om 6.15 uur was er nog steeds geen bus gesignaleerd. Het bleek dat touringcarchauffeur Peter zijn bolide aan de andere kant van het stadion had geparkeerd. “Wist ik veel waar de kantine van Veendam 1894 staat”, was het nuchtere commentaar van de omvangrijke chauffeur, die nadat de trip vorderde steeds meer waardering ondervond van zijn meer dan gemiddelde stuurmanskunsten. Tijdens de heenweg werd een aantal keren extra gepauzeerd vanwege een haperende airconditioning. Later bleek één of andere schakelaar op de winterstand te staan en de blaasmonden in de bus dichtgedraaid. Na omzetting en opendraaiing waren de problemen van de klimaatbeheersing definitief voorbij en verliep de rest van de reis zonder problemen. Bovendien begonnen de weersomstandigheden tropische vormen aan te nemen naarmate de reis vorderde.
Samen uit, samen thuis
Tegen half acht die vrijdagavond reed de bus het sportpark in Tomelilla op, waar we werden verwelkomd en getrakteerd op frisdrank, bier en broodjes worst met knoflook. Daarna door naar het nabijgelegen Spjustorps waar we de rest van de dagen zouden verblijven op het sportpark ‘Backavallen’, prachtig gelegen, uitgegraven in het glooiend landschap van Spjustorps in de nabijheid van verbaasd kijkende koeien met op de achtergrond een boven het lommer uittorende pittoresk kerkje. Het onderkomen bestond uit een gymzaal, die omgebouwd was tot slaapzaal, een voormalig schoolgebouw dat dienst deed als eetzaal, een zwembad en twee voetbalvelden zo strak als een biljartlaken. Na installatie wilde een deel van het gezelschap een Zweedse kroeg aan de binnenkant aanschouwen, maar de opgetrommelde Zweedse taxichauffeur bleek erg streng in de leer. Hij wilde slechts 11 personen vervoeren en geen tweede keer rijden. Vanwege het principe ‘samen uit, samen thuis’ werd eendrachtig besloten dat niemand het nachtleven van Zweden dan zou gaan verkennen. Helaas pindakaas. En de taxichauffeur maakte onverrichter zake rechtsomkeert. Maar het was daarom niet minder gezellig op het onderkomen waar Ko Kruize de hele avond nerveus rondliep, drukdoende met de opstelling van morgen. Enerzijds wilde Ko met het sterkste elftal spelen, maar anderzijds wilde hij geen concessies doen aan het zo befaamde carrouselsysteem waarmee het zesde onlangs kampioen werd. Laat op de avond kwam echter het verlossende woord, met als gevolg troostrijk vocht voor de reserves en een alcoholische versnapering voor de elite-elf om de uitverkiezing te vieren. Die nacht sliep niet iedereen even goed. De slaapzaal deed denken aan de diensttijd, en dus werden elkaars hoogst eigenaardige geluiden en kenmerkende geuren broederlijk én zusterlijk gedeeld, terwijl de gevolgen van de avond daarvoor genadeloos werden weergegeven in het gelaat bij het opstaan.
Nederlanders en strafschoppen
Zaterdagmorgen was het na het ontbijt prima toeven in en rond het zwembad en nam menig bleek lijf de kleur aan van een kreeft. ’s Middags trad het voetballende deel van ons aan voor een voetbaltoernooi. De eerste wedstrijd werd gespeeld tegen ‘Tom Hansson AB’ en werd er zeer zuinig met de kansen omgesprongen. Twee kansen, twee goals van de uitstekend ingevallen Erwin Stant van zaterdag 2. De tweede wedstrijd tegen het thuis spelende Spjustorps werd volstrekt kansloos met 2-0 verloren. De laatste wedstrijd tegen de eigenlijke gastheren uit Tomelilla eindigde in 0-0, waarna strafschoppen de beslissing moest brengen. Het resultaat laat zich niet moeilijk raden. Nederlanders en strafschoppen zijn nou eenmaal een dissonant pur sang. Meer dan een derde plaats zat er dus niet in.

‘I did it my way’
Na het toernooi bleek dat Ko ’s avonds tijdens de geplande feestavond werd geacht een speech te geven. Om niets aan het toeval over te laten en een absoluut goede indruk te maken in het buitenland besloot Ko na het toernooi alvast te gaan oefenen. Ko wilde extra indruk maken om de gasten ook in het Zweeds toe te spreken. Een heel verschil met reisleider Peter Feiken, die inmiddels opzien had gebaard om grote gezelschappen in feilloos Engels toe te spreken. Het leek zijn dagelijks werk. Dit in tegenstelling tot Ko, die de hele zaterdagmiddag met zijn voeten in een emmer water stond te oefenen in een mengelmoes van Nederlands, Engels en Zweeds en voortdurend werd onderbroken door de aanwezigen, waarna Ko telkens stuurs wegliep en opnieuw begon. De cabaretshow ten spijt week Ko op de feestavond, die tevens werd bijgewoond door de plaatselijke bevolking, toch af van zijn vooraf ingestudeerde speech. Maar dat deed aan het effect niets af. Ook al zegt Ko niets, hij heeft desondanks de volledige aandacht van de aanwezigen. Het hoogtepunt van de feestavond was een tweetal Veendammer optredens. Eerst beklommen Harry ‘I did it my way’ Schreuder en (rechts) backvocal Erik Keizer het podium om een vertolking van de legendarische Frank Sinatra ten beste te geven. Dat optreden inspireerde Jan Willems dusdanig dat hij contact zocht met een beeldschone plaatselijke zangeres om in duet een lovesong ten gehore te brengen. En wederom bereikte een Veendammer in het verre Zweden de status van superster. Enige verbazing wekte de aanwezigheid van twee veiligheidsbeambten, bewapend met indrukwekkende knuppels en uitgerust met mobiele telefoons. Navraag leerde dat het in Zweden gebruikelijk is dat overal waar alcohol wordt geschonken veiligheidsbeambten een oogje in het zeil houden om bij het minste of geringste de politie te kunnen waarschuwen. Eén keer werd het mobieltje getrokken toen een paar Zweden volkomen laveloos ineenstortten, maar uit de hand liep het nimmer. Tegen half twee verlieten de laatste gasten de feesttent. Gelukkig hadden wij onze eigen milieubewuste vleesgeworden lichtschakelaar bij ons om het licht uit te doen.
Kaseberga
De zondag daarop werden we in de gelegenheid gesteld om de omgeving te bekijken. Ko bleek bij het opstaan een pleister op zijn neus te hebben. Volgens de ‘éminence grise’ was hij gebeten door een wilde makreel. Maar Ko bleek vaker de weg kwijt, de avond daarvoor verwarde hij al zwaluwen met vleermuizen. Met onze eigen touringcar en twee Zweedse gastheren als gids werd eerst een groot warenhuis in de nabijheid bezocht om souvenirs te kopen. Daarna togen we naar het adembenemende mooie vissersdorpje Kaseberga, het meest zuidelijk gelegen plaatsje van Zweden, dat zo weg leek te zijn geplukt van een ansichtkaart. De heerlijk zilt ruikende zee met zijn eeuwig zinloos lijkende branding, met daarboven een oneindig lijkende wereld, en de feeërieke omgeving maakten indruk en deed menigeen in poëzie onderdompelen. Onze Zweedse gasten trakteerden op heerlijke vis. Tevens werd het wereldberoemde ‘Ales Stenar’ bezocht, een hoog in de duinen gelegen stenen zonnewijzer in de vorm van een vikingschip. We leerden dat bij de bouw gebruik was gemaakt van dezelfde techniek als waarmee de plaatsing van piramides werd bepaald. Dat stak, zoals u wellicht weet, bizonder nauw. Volgens Roelof Gankema genereerde dit niet alledaagse bouwwerk ontzettend veel energie, vooral in het midden. Echter, toen de penningmeester van de commissie Zweden de volle omvang van het energieveld door zijn lichaam voelde stromen stond hij met zijn voeten in een koeienvlaai, afkomstig van de vele loslopende en grazende viervoeters in de duinen van Kaseberga. De sightseeing werd besloten met een bezoek aan een even verderop gelegen badplaats. We waanden ons in Zuid Frankrijk. De echte bikkels onder ons lieten zich niet weerhouden door het koude zeewater en maakten een frisse duik in de Zweedse golven. Iets drinken was niet mogelijk omdat het vakantieseizoen nog niet was begonnen en alle horecagelegenheden daarom nog waren gesloten. Terug naar het onderkomen waar een ieder in de gelegenheid werd gesteld zich op te frissen voordat naar Tomelilla werd gereisd voor een afscheidsdiner en aansluitende dankwoorden van zowel de Zweedse gastheren als de Veendammer gasten. Van het idee dat Zweden koele kikkers zouden zijn werd eens en voor altijd afstand gedaan, want een aantal gastheren had bij dit afscheidsdiner zichtbaar moeite om hun tranen te bedwingen. Wat dat betreft bleken wij veel koeler. Verder werden de nodige presentjes uitgewisseld en nodigde opperstalspreekmeester (leuk woord voor ‘galgje’) Peter Feiken de Zweedse gasten definitief uit om over twee jaar naar Veendam te komen, met die restrictie dat dat bezoek op hetzelfde niveau zal plaatsvinden als de Veendammers hebben ondervonden in Zweden. “We moeten niet de fout maken om tegen elkaar op te gaan bieden”, aldus Peter in zijn afsluitend dankwoord. “Zoals het nu gegaan is, is ruim voldoende en zal voor ons ook het uitgangspunt zijn voor over twee jaar.” Het applaus dat daarop volgde maakte duidelijk dat iedereen zich daarin kon vinden.
Eeuwig welkom
Na het afscheid keerden we weer terug naar Spjustorps, waar twee tegenover het sportpark ‘Backavallen’ wonende meisjes ons de enige twee Zweedse woorden van het weekend leerden: ‘lunga puckar’, oftewel ‘rustig aan’. Verder werden we door de Zweedse gastheren gevraagd om ieder 200 meter te zwemmen in het zwembad van Spjustorps, het in 1938 eerste in Zweden geopende buitenbad. Daarna zouden we worden opgenomen in het befaamde zwemboek, waarin iedere gast vanaf 1938 is vernoemd. Na een borreltje, alleen Ko liep met een vitaminedrankje rond, werden de hoogslapers opgezocht om enigszins redelijk uitgerust aan de terugreis van de volgende dag te beginnen. Die maandagmorgen vertrok het Veendammer gezelschap klokslag half acht vanaf het onderkomen waar menig gezellig uurtje heeft plaatsgevonden. Een Zweedse begeleider zwaaide ons uit en pinkte stiekem een traantje weg. Even daarvoor had hij ons bezworen dat wij als Veendammers eeuwig welkom zouden zijn in zijn dorp. Waarvan acte. De terugreis werd aanvaard in zomerse kledij, maar naarmate we zuidelijker richting Nederland reden werden de weersomstandigheden steeds slechter. Tijdens de laatste tussenstop werd chauffeur Peter verrast met een financiële bijdrage van de Veendammer delegatie, die daarmee de waardering voor mans stuurmanskunst tot uiting bracht. Peter gaf daarop aan een zeer prettig weekend met ons te hebben beleefd. Hij had zich geen moment verveeld. Eenmaal aangekomen op ons sportpark stond menig geliefde in de stromende regen op zijn of haar aanhang te wachten. Tijdens een nog te plannen gezellige avond zullen de vele gemaakte foto’s worden bekeken, aan de hand waarvan de trip nog eens dunnetjes over kan worden gedaan.
Zweden, bedankt! En tot over twee jaar!
Jaap Ruiter |